Transactionele e-mails personaliseren
Elke transactionele API-call bevat de volledige HTML van je e-mailbericht rechtstreeks in de request body. Dit geeft je volledige controle over de inhoud en structuur van elk bericht dat je applicatie verstuurt.
Hoe het werkt
Je geeft de HTML (en optioneel platte tekst) rechtstreeks door in de request body van de API. Je applicatie bouwt de e-mailinhoud dynamisch op en neemt deze op in elke aanvraag.
Personalisatie
Personalisatie laat je dynamische waarden invoegen in je e-mailbericht: de voornaam van de ontvanger, een bestelnummer, een productnaam, een prijs. Je definieert placeholders in je HTML en geeft de bijhorende waarden mee in de API-call.
De exacte placeholder syntax en de API-parameters voor het doorgeven van variabele waarden zijn gedocumenteerd in de Flexmail Email API-documentatie op email-api.flexmail.eu/documentation, onder de secties over personalisatie.
Veelgebruikte personalisatievariabelen
Typische variabelen die in transactionele e-mailberichten worden gebruikt zijn onder andere:
- Naam van de ontvanger (voornaam, volledige naam)
- Bestel- of referentienummer
- Productnamen en aantallen
- Prijzen en totalen
- Datums en deadlines
- Bevestigings- of resetlinks
- Accountspecifieke URL's of codes
Personalisatie testen
Voor je live gaat, test je je e-mailbericht met realistische variabelewaarden om er zeker van te zijn dat alle placeholders correct worden ingevuld. De API-documentatie bevat richtlijnen voor het versturen van testberichten met aangepaste variabelewaarden.
Controleer in het bijzonder of:
- Alle placeholders zijn vervangen — er verschijnt geen onbewerkte variabelesyntaxis in het afgeleverde bericht.
- Fallbackwaarden correct worden weergegeven wanneer een optionele variabele niet wordt doorgegeven.
- Links de juiste URL's opleveren na de variabelevervanging.
Opgelet
Als een vereiste variabele ontbreekt in je API-call en er geen fallback is gedefinieerd, kan de placeholder letterlijk verschijnen in het afgeleverde bericht. Test altijd met dezelfde set variabelen die je applicatie in productie zal versturen.
Volgende stappen
- Zie "Aan de slag met de transactionele API" voor de accountconfiguratie en je eerste verzending.
- Zie "Transactionele webhooks" om de aflevering en engagement van je verzendingen op te volgen.